Stereomicroscoop of doorlichtmicroscoop: welke heeft u nodig?
Leestijd: ± 9 minuten
De vraag die wij het vaakst krijgen, is niet welk merk of welke vergroting, maar deze: moet het een stereomicroscoop worden of een doorlichtmicroscoop? Het antwoord hangt af van één ding — of het licht door uw object heen kan. Hieronder leggen we uit waarom dat alles bepaalt, wat de getallen op de doos werkelijk betekenen en bij welke KERN-serie u uitkomt.

Kort: is het object dun en doorschijnend (een cel, een coupe, een bacterie op een glaasje), dan een doorlichtmicroscoop. Is het een ding dat u gewoon neerlegt (een printplaat, een insect, een munt, een werkstuk), dan een stereomicroscoop. Twijfelt u, dan is het bijna altijd de stereomicroscoop: die gebruikt u vaker dan u denkt.
Wat u wilt zien, bepaalt de microscoop
Een doorlichtmicroscoop is gebouwd om in iets te kijken. De lamp zit onder de tafel, het licht gaat door het preparaat omhoog, en de objectieven vergroten 40 tot 1000 keer. Dat werkt alleen als het object zo dun is dat er licht doorheen komt: een plantencel tussen twee glaasjes, een gekleurde weefselcoupe van een paar micrometer dik, een druppel slootwater, een bloeduitstrijkje. Legt u er een vlieg onder, dan ziet u een zwarte vlek met wat licht eromheen.
Een stereomicroscoop kijkt naar iets. Het licht komt van boven, u ziet het oppervlak zoals u het met een loep zou zien — maar dan met twee aparte lichtwegen voor twee ogen, en daardoor écht in drie dimensies. De vergroting is bescheiden, 7 tot 45 keer, en juist daarom bruikbaar: de vlieg is nu een harig beest met facetogen, de soldeerverbinding een glimmend heuveltje waar u de koude las in herkent, de munt een landschap. Onder het objectief is ruimte om een pincet, een schroevendraaier of een soldeerbout te houden.
In de praktijk ziet de verdeling er zo uit. Biologie- en scheikundelokalen, medische en microbiologische laboratoria, waterschappen en iedereen die met coupes, celkweken of bacteriën werkt: doorlicht. Elektronicareparatie, printplaten en SMD-solderen, tandtechniek, sieraden en edelstenen, insecten en planten, kwaliteitscontrole van onderdelen, textiel, restauratie, modelbouw: stereo. Een school koopt vaak beide — vijftien doorlichtmicroscopen voor de cellen en twee stereomicroscopen voor de insecten en de zaden.
Vergroting zegt minder dan u denkt
Wie voor het eerst een microscoop koopt, kijkt naar het hoogste getal. Dat is de verkeerde plek. Bij een stereomicroscoop is 45x het einde van het bereik, en in de praktijk werkt u het grootste deel van de tijd tussen 10x en 20x: daar ziet u het hele onderdeel, hebt u scherptediepte en kunt u uw handen zien bewegen. De zoom van 7x tot 45x op de OZL en OZM is prettig omdat u traploos inzoomt op het detail en weer uitzoomt om te oriënteren, niet omdat u 45x vaak nodig hebt.
Bij een doorlichtmicroscoop geldt het omgekeerde: 400x is de werkvergroting voor plantencellen, weefsels en de biologieles, en 1000x met het olie-objectief hebt u pas nodig voor bacteriën, bloedcellen en parasieten. Wij verkopen veel microscopen "tot 1000x" aan scholen waar het 100x-objectief nooit een druppel olie ziet. Dat is niet erg — het verschil in prijs is klein — maar laat u er niet door leiden. Belangrijker dan het getal zijn de condensor eronder (een Abbe-condensor met diafragma laat u contrast regelen, een vaste schoolcondensor niet) en de kwaliteit van de objectieven: achromatisch is de basis, plan-objectieven geven een beeld dat tot aan de rand scherp is, en oneindig-optiek (infinity) laat later fasecontrast of fluorescentie toe.
Een vergroting die u op beide typen nooit krijgt: iets ertussenin. Tussen de 45x van de stereomicroscoop en de 40x van het laagste doorlichtobjectief zit nauwelijks overlap, maar wat u bij 40x ziet is totaal verschillend — plat en doorschijnend tegenover ruimtelijk en van boven belicht. Daarom vervangt het ene type het andere niet.
Werkafstand en diepte: waar de stereomicroscoop wint
De werkafstand is de vrije ruimte tussen de onderkant van het objectief en uw object. Bij de instapmodellen OSE en OSF is dat 57 mm — genoeg voor een pincet, krap voor een soldeerbout. De zoommicroscopen OZL en OZM zitten op 105 tot 110 mm, en daar werkt u ontspannen onder. Wie grote werkstukken of hele printplaten inspecteert, kijkt naar de OSE 409: die vergroot maar 10x, maar heeft 250 mm werkafstand en staat op een arm, zodat het object er gewoon onder door kan. Voorzetlenzen van 0,5x verdubbelen de werkafstand van een zoommicroscoop en halveren de vergroting; voor solderen is dat vaak de beste stand.
Diepte is het andere argument. Een doorlichtmicroscoop heeft bij 400x een scherptediepte van een paar micrometer; u stelt scherp op één laag van de cel en de rest is wazig. Dat hoort zo — het is de manier waarop u door een preparaat heen "schuift". Een stereomicroscoop bij 10x heeft millimeters scherptediepte en twee gescheiden beelden voor uw ogen. Daardoor ziet u hoogteverschillen, kunt u een draadje oppakken zonder mis te grijpen en wordt u na een uur kijken niet moe. Voor repetitief werk — inspectie aan de lijn, tandtechniek, elektronica — is dat het verschil tussen een gereedschap dat gebruikt wordt en een dat in de kast staat.

10x en 30x vast, werkafstand 57 mm, op- en doorlicht. Vanaf € 360

zoom 7x–45x, werkafstand 105 mm. € 600

zoom 7x–45x, werkafstand 110 mm, betere optiek, ook op armstatief. Vanaf € 930
Het preparaat: op een glaasje of gewoon neerleggen
Dit wordt bij de aanschaf het vaakst vergeten. Een doorlichtmicroscoop vraagt een preparaat: het object moet dun genoeg zijn, op een objectglaasje liggen, meestal onder een dekglaasje, vaak in een druppel water of gekleurd. Voor een cel van een ui is dat twee minuten werk; voor een weefselcoupe is het een microtoom, fixatie en kleuring. Wie dat niet wil of kan, heeft aan een doorlichtmicroscoop weinig. Kant-en-klare preparatensets bestaan en zijn voor scholen een uitkomst, maar het blijft kijken naar wat een ander heeft gesneden.
Bij een stereomicroscoop legt u het object neer en kijkt u. Geen glaasje, geen kleuring, geen voorbereiding; een insect in een potje, een printplaat in de klem, een steen in de hand. Dat is de reden dat een stereomicroscoop in de praktijk veel vaker aanstaat dan een doorlichtmicroscoop die ernaast staat. Het is ook de reden dat wij, als iemand twijfelt, eerder de stereomicroscoop adviseren: de drempel om hem te gebruiken is nul.
Kan één microscoop het allebei?
Half. De meeste stereomicroscopen hebben naast de bovenlamp ook een lamp in de voet (bij KERN "opvallend en doorvallend licht"). Daarmee bekijkt u doorschijnende dingen bij lage vergroting: algen, watervlooien, kikkerembryo's, zaden, vleugels van insecten — bij 20x ziet u een watervlo met kloppend hart, iets wat met een doorlichtmicroscoop bij 40x al niet meer in beeld past. Maar cellen, bacteriën en coupes blijven buiten bereik; daarvoor is 400x nodig en die haalt geen stereomicroscoop.
Andersom werkt het niet. Een doorlichtmicroscoop met een 4x-objectief toont een insectenpoot wel, maar plat, van onderen belicht en zonder diepte. Combinatie-apparaten die beide beloven, doen beide matig. Wie het allebei nodig heeft, is met een OSF van 360 euro naast een OBE van 500 euro beter en goedkoper uit dan met één "alleskunner".

monoculair, 40x–400x, op accu. € 180

binoculair, 40x–400x, Abbe-condensor. € 580

binoculair, 40x–1000x, oneindig-optiek, Köhler. € 970
Welke KERN past bij u?
Stereo, vaste vergroting: de OSE en OSF (vanaf 290 euro). Twee standen, binoculair, LED boven en onder; de werkpaarden van het biologielokaal en de hobbykamer. Kies de OSF 439 (10x en 40x) als u ook kleine details wilt zien.
Stereo met zoom: de OZL (vanaf 550 euro) voor werkplaats, elektronica en kwaliteitscontrole; de OZM (vanaf 930 euro) met betere optiek, ook op een zwenkarm of met ringlicht; de OZP tot 55x voor wie het uiterste uit een stereomicroscoop wil. Alle drie zijn er trinoculair, voor een camera.
Doorlicht, school: de OBS (180 euro, monoculair, op accu) en de OBT (ook binoculair, tot 1000x). Degelijk, en als er een valt is het geen drama.
Doorlicht, laboratorium: de OBE voor praktijklokaal en klein lab; de OBL (vanaf 970 euro) met oneindig-optiek en vaste Köhler-verlichting voor het routinelab, als OBL 146 met fasecontrast voor ongekleurde cellen; de OBN als het modulaire laboratoriumplatform met fasecontrast- en fluorescentie-uitvoeringen.
Hebt u na dit artikel nog een keuze te maken over tubus, verlichting of camera, dan staat die in Welke microscoop heb ik nodig?
Veelgestelde vragen over stereo- en doorlichtmicroscopen
Kan ik met een stereomicroscoop cellen zien?
Nee. Een plantencel is rond de 0,05 mm; bij 45x is dat een stipje zonder inhoud. Voor cellen hebt u 400x nodig en dus een doorlichtmicroscoop. Grote eencelligen en watervlooien ziet u met een stereomicroscoop met doorvallend licht wél.
Is een stereomicroscoop hetzelfde als een loepmicroscoop of een binoculair?
In de praktijk wel: "binoculair" en "loepmicroscoop" zijn oudere namen voor hetzelfde apparaat. Let wel op dat een binoculaire doorlichtmicroscoop óók twee oculairen heeft maar geen stereobeeld geeft; de naam zegt niets over het type.
Welke werkafstand heb ik nodig om te solderen?
Minimaal 100 mm, liever meer. De OZL en OZM hebben 105–110 mm; met een 0,5x-voorzetlens wordt dat ruim 150 mm bij 3,5x–22x, wat voor SMD-werk een prettige stand is. Een armstatief in plaats van een voet geeft bovendien ruimte voor de printplaat.
Mijn kind wil een microscoop. Welke?
Voor een kind onder de twaalf een stereomicroscoop: alles wat het vindt kan er meteen onder, zonder preparaat. Een OSE 421 voor 290 euro gaat een leven lang mee. Een doorlichtmicroscoop wordt pas leuk als er iemand is die preparaten kan maken.
Kan ik later een camera aansluiten?
Op een trinoculaire kop ja, met een C-mount-adapter. De OZL, OZM, OZP, OBE, OBL en OBN zijn er trinoculair; bij een binoculaire microscoop kunt u een oculaircamera in een oculairbuis zetten, maar dan kijkt u zelf met één oog. Zie microscoopcamera kiezen.
Bekijk de microscopen
Per serie alle uitvoeringen in één tabel, met de toebehoren die bij elke uitvoering passen en de datasheets van KERN.
StereomicroscopenDoorlichtmicroscopenWelke microscoop heb ik nodig?
