Monoculair, binoculair of trinoculair: welke tubus kiest u?
Leestijd: ± 6 minuten
Mono, bino of trino: het aantal buizen op de kop is de tweede keuze na het type microscoop, en de keuze waar de meeste spijt over komt. Niet omdat mensen te veel kopen, maar te weinig — een binoculaire kop die na een jaar toch een camera nodig heeft. Hieronder wat elke tubus doet, wat de stap omhoog kost en wanneer die stap de moeite waard is.

Kort: monoculair voor de klas en kort kijkwerk; binoculair zodra iemand langer dan een kwartier achter de microscoop zit; trinoculair als er ooit een camera op komt. De stap van bino naar trino kost bij KERN 60 tot 140 euro — kleiner dan de ombouw achteraf.
Wat de drie koppen doen
Een monoculaire kop heeft één oculair. Hij is licht, goedkoop en onverwoestbaar, en dat is precies waarom scholen er vijftien van kopen: de KERN OBS 102 kost 180 euro en loopt op een accu. Het nadeel merkt u na tien minuten: één oog kijkt, het andere knijpt u dicht of laat u open staren, en allebei vermoeien. Voor een les of een snelle controle is dat niets; voor een ochtend tellen wel.
Een binoculaire kop verdeelt hetzelfde beeld over twee oculairen. Bij een doorlichtmicroscoop ziet u daardoor geen diepte — het is één objectief, één beeld — maar u kijkt met beide ogen ontspannen, wat na een uur het verschil is tussen hoofdpijn en geen hoofdpijn. Bij een stereomicroscoop zijn het twee aparte lichtwegen en ziet u wél diepte; daar is binoculair geen luxe maar het principe. U stelt de oogafstand in door de buizen naar elkaar te draaien (Siedentopf- of "vlindertubus") en corrigeert een sterkteverschil tussen uw ogen met de dioptrie-ring op één oculair.
Een trinoculaire kop is een binoculaire met een derde buis bovenop, recht omhoog, voor een camera. Een schuif of hendel verdeelt het licht: alles naar de ogen, alles naar de camera, of — bij de betere koppen — gedeeld. Die derde buis is de enige plek waar een C-mount-camera hoort; met een adapter van 0,5x of 1x zit de camera vast, gecentreerd en parfocaal met de oculairen, zodat scherp in het oculair ook scherp op het scherm is.
Wat de stap omhoog kost
De prijsverschillen zijn kleiner dan de meeste kopers verwachten, en ze worden kleiner naarmate de microscoop beter is:
| Serie | Monoculair | Binoculair | Trinoculair |
|---|---|---|---|
| KERN OBT (school, 40x–1000x) | OBT 105 — € 275 | OBT 106 — € 355 | — |
| KERN OBE (praktijklokaal, 40x–1000x) | OBE 131 — € 540 | OBE 132 — € 640 | OBE 134 — € 760 |
| KERN OBL (laboratorium, infinity) | — | OBL 127 — € 970 | OBL 137 — € 1.110 |
| KERN OZL (stereo-zoom 7x–45x) | — | OZL 463 — € 600 | OZL 464 — € 670 |
| KERN OZM (stereo-zoom, armstatief) | — | OZM 902 — € 1.560 | OZM 903 — € 1.900 |
Van bino naar trino is bij de OBE 120 euro, bij de OBL 140, bij de OZL 70. Achteraf ombouwen kan bij de infinity-series met een losse trinoculaire tubus — de OBB-A1580 voor de OBL kost 400 euro — en dan hebt u de oude binoculaire kop over. Bij de school- en instapmodellen kan het niet: de kop is daar vast. Reken dus bij de aanschaf, niet erna.
Wanneer de derde buis zin heeft
Trinoculair is de keuze als een van deze vier dingen waar is: u wilt foto's bewaren (kwaliteitsrapport, patiëntdossier, onderzoekslogboek); u wilt meten of tellen in software; er kijkt regelmatig een groep mee op een scherm; of u weet het nog niet. Dat laatste is geen grap. Een microscoop gaat vijftien tot twintig jaar mee, en een camera van 300 euro erop zetten is over drie jaar een kleine beslissing — als de buis er is.
Er is een halve weg: de oculaircamera. Die schuift in een van de oculairbuizen van een binoculaire kop (KERN ODC 874 of ODC 881, 220 en 300 euro) en werkt op elke microscoop. Maar dan kijkt u zelf met één oog, de camera zit niet gecentreerd en elke keer dat u hem eruit haalt, moet u opnieuw uitlijnen. Voor af en toe een plaatje is het prima; voor dagelijks werk is het een reden om alsnog een trinoculaire kop te kopen.
Een tabletcamera (ODC 241, ODC 251) hoort ook op de derde buis en vervangt de pc: scherm, opslag en meetsoftware in één. Dat is de oplossing voor de werkplaats en het praktijklokaal, waar geen computer naast de microscoop staat. Welke camera bij welk werk hoort, staat in microscoopcamera kiezen.

trinoculair, 40x–1000x, USB-voeding. € 760

trinoculair, infinity plan, Köhler. € 1.110

trinoculair, zoom 7x–45x, kolomstatief. € 670
Binoculair goed instellen (de helft doet het verkeerd)
Een binoculaire kop die niet is ingesteld, geeft dubbelbeeld, een zwarte rand of hoofdpijn — en de microscoop krijgt de schuld. Zo hoort het: zet beide oculairen op nul, draai de buizen naar elkaar toe tot de twee lichtcirkels één cirkel worden, stel scherp met het rechteroog via de scherpstelknop, en corrigeer dan alleen het linkeroog met de dioptrie-ring op het linkeroculair. Brildragers met alleen sterkte kunnen de bril afzetten; wie een cilinder heeft, houdt hem op en kiest oculairen met hoog oogpunt (HWF). Op een microscoop die door meerdere mensen wordt gebruikt, is een stickertje "oogafstand 64" op de kop geen overbodige luxe.
Veelgestelde vragen over de tubus
Zie ik met een binoculaire doorlichtmicroscoop diepte?
Nee. Beide oculairen tonen hetzelfde beeld van hetzelfde objectief; het voordeel is comfort, geen 3D. Diepte ziet u alleen met een stereomicroscoop, die twee aparte lichtwegen heeft.
Kan ik een trinoculaire kop later op mijn microscoop zetten?
Bij de KERN OBL, OBN, OZL, OZM en OZP ja, als losse tubus (OBB-A1580 voor de OBL, 400 euro; OZB-A4810-reeks voor de stereomodellen). Bij de OBS, OBT en OSE/OSF niet: daar is de kop vast.
Wat is een vlindertubus?
Kerns naam voor de Siedentopf-bouw: u stelt de oogafstand in door de oculairbuizen te draaien, zonder dat de buislengte en dus de vergroting verandert. Vrijwel alle binoculaire KERN-modellen hebben hem; de kop staat onder 30° en is 360° draaibaar.
Kijk ik bij een trinoculaire kop nog door de oculairen als de camera aanstaat?
Dat hangt van de lichtverdeling af. Bij de OBE en OZL is het 100 % ogen of 100 % camera, met een schuif. Bij de OBN en OZM kan het licht gedeeld worden (bijvoorbeeld 50/50), zodat u meekijkt terwijl de camera opneemt.
Bekijk de microscopen
Per serie alle uitvoeringen in één tabel, met de toebehoren die bij elke uitvoering passen en de datasheets van KERN.
