Het e-teken op voorverpakkingen: de drie regels

Wie een vaste hoeveelheid in een verpakking verkoopt - 500 g kaas, 1 kg meel, 750 ml saus - mag daar het e-teken bij zetten. Dat is geen keurmerk van een instantie maar een verklaring van uzelf: deze partij is gevuld volgens het Europese systeem van gemiddelde hoeveelheid. Dit is wat dat systeem vraagt en wat u nodig hebt om het te kunnen aantonen.

Wat het e-teken zegt

Het kleine e staat naast de nominale hoeveelheid op de verpakking en betekent dat de verpakker zich houdt aan de Europese regels voor voorverpakkingen. Het voordeel is dat de verpakking daarmee in de hele Europese Unie verhandeld mag worden zonder dat elk land afzonderlijk controleert. Het systeem geldt voor verpakkingen van 5 g tot 10 kg en van 5 ml tot 10 l; daarbuiten gelden andere regels.

Het e-teken is iets anders dan het M-teken. Het M-teken gaat over het instrument: dat is gekeurd. Het e-teken gaat over de inhoud van de verpakking, en dat is uw eigen verklaring.

De drie regels

Een partij voorverpakkingen voldoet als alle drie waar zijn:

  1. de gemiddelde inhoud van de partij is niet kleiner dan de nominale hoeveelheid;
  2. hoogstens twee procent van de verpakkingen komt meer tekort dan de toegestane negatieve afwijking;
  3. geen enkele verpakking komt meer tekort dan tweemaal die afwijking.

De eerste regel is de kern: gemiddeld moet er in zitten wat er op staat. De tweede en derde regel zorgen ervoor dat u dat gemiddelde niet haalt door de ene verpakking flink te overvullen en de andere flink leeg te laten.

Hoeveel mag een verpakking tekortkomen

De toegestane negatieve afwijking hangt af van de nominale hoeveelheid. Hoe kleiner de verpakking, hoe groter het percentage:

  • 5 tot 50 g: 9 procent
  • 50 tot 100 g: 4,5 g
  • 100 tot 200 g: 4,5 procent
  • 200 tot 300 g: 9 g
  • 300 tot 500 g: 3 procent
  • 500 tot 1000 g: 15 g
  • 1 tot 10 kg: 1,5 procent

Bij 500 g is de afwijking dus 15 g: hoogstens twee procent van de verpakkingen mag onder 485 g zitten, en geen enkele onder 470 g. Voor milliliters geldt dezelfde tabel, met ml in plaats van g.

Waarmee u het meet

De weegschaal moet het verschil kunnen zien waar het om gaat. De vuistregel is dat het schaaldeel hoogstens een vijfde is van de toegestane afwijking: bij 500 g met 15 g afwijking weegt u dus met 2 g of fijner, en liever met 1 g. Een weegschaal die in stappen van 5 g afleest kan tweede en derde regel eenvoudigweg niet aantonen.

Wordt het instrument gebruikt voor het controleren van voorverpakkingen, dan moet het bovendien gekeurd zijn en het M-teken dragen. Wij leveren geijkte weegschalen en controleweegschalen die daarop zijn gebouwd; de keuring in Belgie regelen wij met de fabrikant.

Tarra: het lege gewicht is niet constant

U weegt de gevulde verpakking en trekt het lege gewicht eraf. Dat lege gewicht varieert per charge folie, doos of pot, en soms meer dan de toegestane afwijking zelf. Bepaal de tarra daarom per partij verpakkingsmateriaal, met een steekproef van tien tot twintig lege verpakkingen, en leg het gemiddelde vast. Een weegschaal met een tarrageheugen per product houdt die waarde vast, zodat de bediener hem niet hoeft in te typen.

Wat u bij een controle moet kunnen laten zien

De controle kijkt naar twee dingen: het instrument en uw administratie. Van het instrument moet het M-teken en het zegel intact zijn en de afwijking binnen de tolerantie liggen - daarvoor is een kalibratiecertificaat het bewijs. Van uw administratie moet blijken dat u werkelijk controleert: hoe vaak u een steekproef neemt, hoe groot die is, welke tarra u gebruikt en wat de uitkomsten waren. Er is geen vast aantal metingen voorgeschreven; u moet kunnen aantonen dat de partij aan de drie regels voldoet.

Wat wij leveren

Weegschalen met minimum- en maximumgrens die goed- of afkeuren zonder dat de bediener hoeft te rekenen, met een telling van het aantal gewogen stuks en het gemiddelde. Geijkt waar dat moet, met certificaat waar dat helpt. Indicatoren met een aansluiting naar een printer, een pc of uw ERP-systeem, zodat de steekproef vanzelf in de administratie komt. Kalibreren en repareren doen wij zelf, bij u in Belgie of in onze werkplaats; de keuring regelen wij met de fabrikant.

Veelgestelde vragen

Ben ik verplicht het e-teken te gebruiken?

Nee. Het e-teken mag, het moet niet. Zet u het erop, dan verklaart u dat de partij aan de drie regels voldoet en mag de verpakking in de hele EU verhandeld worden. Zet u het er niet op, dan gelden de nationale regels van elk land waar u verkoopt.

Welke weegschaal heb ik nodig voor het controleren van voorverpakkingen?

Een weegschaal waarvan het schaaldeel hoogstens een vijfde is van de toegestane negatieve afwijking van uw verpakking, en die gekeurd is als u er voorverpakkingen mee controleert. Bij 500 g betekent dat 2 g of fijner.

Wat is het verschil tussen het e-teken en het M-teken?

Het M-teken zit op de weegschaal en betekent dat het instrument gekeurd is. Het e-teken zit op de verpakking en is uw eigen verklaring over de inhoud. U hebt meestal allebei nodig: het M-teken op de weegschaal waarmee u de partij controleert, het e-teken op wat u verkoopt.

Geldt dit ook als ik in de winkel afweeg waar de klant bij staat?

Nee. Dan is er geen voorverpakking maar een afweging in het bijzijn van de klant, en gelden de regels voor geijkte weegschalen: de prijs volgt uit het gewogen gewicht, dus de weegschaal moet het M-teken dragen.

Hoe vaak moet ik steekproeven nemen?

De regels noemen geen vast aantal. U moet kunnen aantonen dat elke partij voldoet, dus de frequentie hangt af van hoe stabiel uw vulproces is. Gebruikelijk is een steekproef per charge of per productie-uur, met meer metingen zodra het proces verandert: ander materiaal, andere instelling, andere ploeg.